|
RASSTANDAARD: JACK RUSSELL TERRIER |
De Jack Russell
Terrier komt oorspronkelijk uit Engeland waar
hij de naam kreeg van dominee Jack Russell die een
hond ontwikkelde voor zijn hobby, de vossenjacht. Terriër (terra is
Latijn voor grond) is de verzamelnaam voor een groep hondenrassen
die afstammen van kleine jachthondjes die door de Romeinen werden
gebruikt om wild uit hun holen te verjagen. Terriërs volgen met
name vossen, otters, marters, bunzings, dassen, ratten en
konijnen in hun hol en zetten ze daar vast. De jager kan, afgaande
op het geblaf van de hond, het wild uitgraven en doden. Maar indien
nodig kan de terriër ook zelf de strijd aanbinden. Om deze taken
naar behoren uit te voeren hebben terriërs veelal een fel karakter
en laten ze zich niet graag commanderen.
Al heeft de Jack
Russell zijn oorsprong in Engeland is de rasstandaard van de Jack
Russell ontwikkeld in Australië.
Er
zijn veel honden in Europa die onterecht Jack Russell genoemd worden
waardoor mensen soms een verkeerd (ander) beeld hebben van het ras.
Er is echter alleen sprake van een werkelijke Jack Russell Terriër
als de voorouders dit ook waren en dat kan alleen worden bewezen met
een afstammingsbewijs, de stamboom. De Rasstandaard is vastgelegd
door de Fédération Cynologique Internationale (FCI).
Klik hier voor de FCI rasstandaard van de Jack Russell.
|
|
ONZE FAVORIETE JACK RUSSELLS |
Binnen de standaard
van het FCI willen we proberen Jack Russells te fokken zoals wij die
graag zouden zien. We vinden vooral de Australische lijnen van de
Jack Russell Terriers erg mooi. En de bedoeling is dat we die kant
op willen gaan met fokken. Wat vinden wij leuk aan een Jack Russell?
Onze favoriete hond is eigenlijk in
1 zin samen te vatten:
Een sterke, moedige, pientere en actieve hond met een vooral stoer
(knuffelberen) uiterlijk.
Wat het Jack
Russell karakter betreft volgens het FCI:
Een levendige, alerte en actieve terriër met een levendige,
intelligente uitdrukking. Moedig en onbevreesd, vriendelijk maar
zelfverzekerd.
Het
uiterlijk van een Jack Russell Terrier is eigenlijk van geen één
Jack hetzelfde. Er zitten onderling zoveel verschillen in. Misschien
dat het daarom leuk is om Jack Russells te gaan fokken, omdat ze
altijd zo verschillend zijn.
Hoe wij onze favoriete Jack het liefst zien:
-Een broken of ruwe
vacht..
-De kleur zoveel mogelijk wit met bruine vlekken.
-Hoofd, een iets breed hoofd met donker omrande ogen.
-Oren: niet rechtopstaand, niet naar achteren hangend en niet al te
groot knopoor.
-Staart: liefst een rechte stevige, korte.
-Poten: voorpoten,stevig, recht niet te ver uit elkaar staand.
Zie
hier onder wat foto's van onze favoriete JackBeauties:
   
   
   
|
Voeding
Jack Russells hebben niet veel eten nodig en zeker niet te veel
tussendoortjes anders worden ze snel te dik. Hoe lief ze je ook
aankijken, WEES STERK en geef nooit iets wat je zelf op dat moment
eet. Bedelende honden worden niet geboren maar gemaakt. Tijdens het
eten van de familie hoort de hond in zijn mand. Bij het aanleren van
bijvoorbeeld "zit" of "af" kun je gewoon een aantal brokjes van hun
voeding van die dag gebruiken dan hebben ze toch iets lekkers maar
niks extra’s.
Royal Canin
brokken voor kleine honden is het voer wat onze honden krijgen
en daar zijn we zeer tevreden over. Er zijn natuurlijk meerdere
goede merken brokken te koop zoals Proplan of Cavom bijvoorbeeld. Op het pak staat de hoeveelheid
aangegeven naar het aantal maanden en het gewicht van de hond. Een
paar snacks per dag kan natuurlijk geen kwaad, bijvoorbeeld een
hondensnoepje, een kauwstaafje of een stukje brood. Nogmaals: veel
eten geven is geen verwennerij maar mishandeling, een te dikke hond
is niet gelukkiger en zeker niet gezonder.
Water kunnen ze nooit te veel drinken
dus dat moet altijd voldoende beschikbaar zijn.
Oren
Regelmatig kijken we de oortjes na of ze nog schoon zijn. Als ze
vies zijn maken we ze schoon met een wattenschijfje of schoon
katoenen doekje met lauw water of babyolie. Geen wattenstaafjes
gebruiken.
Nagels
De nagels slijten normaal gezien af tot op de juiste lengte behalve
wanneer de hond weinig op harde of ruwe ondergrond loopt. De nagels
van de voorpoten slijten ook minder vlug af dan de nagels van de
achterpoten. Aan de voorpoten raakt de eerste teen of duimnagel de
grond niet. Deze nagel wordt snel te lang en moet van tijd tot tijd
worden bijgeknipt.
Vacht
Jack
Russell vachten zijn er in 3 soorten: glad, broken en ruw. Onze
Jacks zijn beide broken. Volgens ons ideaal want ze verharen niet zo
erg als een gladharige Jack Russell en de broken vacht is iets minder
bewerkelijk dan een ruwe vacht.
Onze honden worden niet getrimd (= knippen en scheren), niet geplukt
(= plukken tot op de onderwol) maar gestript.
Een goede stripvacht bestaat uit 3
lagen: de onderwol en 2 dekvachten met 2 verschillende lengtes. Na 3
maanden wordt bij de stripbeurt de langste lengte eruit geplukt. De
korte vacht en de onderwol blijven dan over. Weer 3 maanden later,
wordt de vacht die is blijven staan geplukt, deze vacht is nu 6
maanden oud en dus plukrijp. Daar onder zit uiteraard weer een
kortere dekvacht. Een stripvacht wordt daarom ook wel een
wisselvacht genoemd. Een stripvacht ziet er leuker en natuurlijker
uit dan een geplukte vacht. Ruwe en broken terriërs worden daarom
bij voorkeur gestript en niet geplukt.
De striptechniek is niet moeilijk. Pak de vacht tussen duim en
wijsvinger en trek met de andere hand met een rubberen handschoen
voor een betere grip de langste haren eruit. Werk van de kop naar de
staart. Oefening baart kunst.
Wassen
Vaak wordt beweerd dat het
wassen van uw hond slecht voor zijn vacht/huid zou zijn. Dit is ook
zo, maar alleen als u niet de juiste producten gebruikt. Voor dit
doel heeft men HONDENSHAMPOO ontwikkeld, speciaal afgestemd op de
Ph-waarde van de huid van uw hond en voor het gebruik op uw hond.
Mensenshampoo heeft een sterk ontvettende werking wat de natuurlijke
vetlaag die de huid van uw hond beschermd helemaal afbreekt.
Parasieten
De grootste vijand van onze
honden is maar heel klein: de teek. Een regelmatige wasbeurt met een
goede hondenshampoo houd de meeste parasieten wel weg. Maar met teken
is het beter voorkomen dan genezen. Ze kunnen een levensgevaarlijke
zieke bij overdragen: piroplasmose ook wel
tekenkoorts
genoemd. De ziekte is te herkennen aan wit ipv roze tandvlees,
lusteloosheid, niet willen eten. Neem geen risico, PRAC-TIC® is het beste
middel tegen teken.
|
Een nieuwe Jack Russell pup. Een klein
schattig hoopje wol dat ieders hartje steelt. Zo lief, daar kan toch
geen grote wolf in schuil gaan. Na enkele weken zie je dat deze
schat toch een echte hond gaat worden. Van kleine pup tot volwassen
hond gaat meestal niet zonder de nodige probleempjes.
Tien tips om uw pup op te voeden tot een leuke hond.
Gewenning
De wereld van de pup verandert drastisch. Weg van zijn broers en
zusjes, weg uit zijn vertrouwde omgeving. Nieuwe bazen, een nieuw
huis, noem maar op. Niets is meer wat het was voor onze pup. Onze
pup heeft even tijd nodig om alles te verkennen. Laat hem de eerste
twee à drie dagen een beetje met rust. Nodig dus niet onmiddellijk
al uw vrienden, buren en familie uit om te komen kijken, maar laat
de pup in zijn eigen tempo zijn nieuwe bazen en woonst leren kennen.
Zijn eigen plaats
Geef uw pup ook meteen een eigen plaats. Deze plaats noemen we de
“veilige plaats”. Deze plek gebruikt de hond om te bekomen van
emoties, om te vluchten van drukte en om te rusten. Respecteer deze
plaats zodat de pup ook zelf kan bepalen wanneer het hem allemaal
teveel wordt. Zijn veilige plaats kan een kussentje, een matje, een
mandje of nog veel beter een kamerkennel (bench) zijn. Zeker de
bench is goed geschikt als veilige plaats omdat hij ook nog een
ideaal hulpmiddel is voor zindelijkheidstraining of voor het alleen
leren zijn kan worden gebruikt.
Zindelijkheid
Bij een juiste aanpak is je pup binnen enkele dagen tot weken
perfect zindelijk. Neem hem mee naar buiten elke keer nadat de pup
heeft geslapen, gegeten, gedronken of gespeeld. Wacht daar tot hij
zijn behoefte doet en beloon hem net op het moment dat hij bezig is.
Hierdoor leert de pup dat als hij buiten zijn behoefte doet, hij nog
iets lekkers of iets leuks krijgt ook. Hij zal nu snel weten waar
hij best kan gaan. ’s Nachts zet u de pup best in een kleine ruimte
zoals een bench. Honden bevuilen hun eigen nest niet graag. In een
kleine ruimte zal hij dus niet zo makkelijk zijn behoefte doen. Laat
hem natuurlijk wel tijdig uit dit nest want een ongelukje is snel
gebeurd.
Sociale omgang
Tot de twaalfde levensweek zijn de pups het meest vatbaar om te
leren. Alles wat ze in die periode zien, horen en meemaken, is goed
voor de rest van hun leven. Laat de hond kennismaken met andere
dieren, mensen, honden. Breng hem in veel verschillende situaties
zoals in het verkeer, naar markten, … Kortom, alle situaties of
plaatsen waar hij later misschien zou kunnen komen, moet hij nu
leren kennen. Overdrijf hierin ook niet, overdrijven met sociale
omgang aanleren, is al even erg als te weinig “socialiseren”
aanleren.
Alleen zijn
Naast sociale omgang moet de pup nu ook al leren alleen te zijn.
Veel volwassen honden kunnen niet alleen zijn omdat ze als pup nooit
de kans kregen om dat te leren. Ga eens enkele minuutjes weg zonder
aandacht aan de pup te geven, zodat de pup alleen moet blijven (bvb.
in de bench). Zodra u terugkomt, geeft u hem een beloning. De pup
leert nu dat alleen zijn helemaal niet erg is, het levert hem zelfs
wat op. Laat hem geleidelijk ook steeds langer alleen.
Spelen
Door te spelen met uw pup, creëert u een hechte baas/hond relatie.
Maar laat uw pup nooit zomaar met iedereen en zeker niet met andere
honden spelen, zonder dat hij daar iets voor hoefde te doen.
Voorbeeld eerst mooi zitten en blijven en als beloning mag hij
spelen met een andere hond. Doet u dit nu niet dan is de kans heel
groot dat uw hond later bij het zien van andere honden de leiband
strak aantrekt om zo snel mogelijk bij zijn speelkameraad te raken.
Grote honden zijn zo sterk dat u dan de lijn moet loslaten en uw
hond totaal oncontroleerbaar gaat worden.
Opspringen
Niemand vindt het leuk dat een volwassen hond opspringt. Toch haalt
bijna iedereen een opspringende pup aan. U mag niet vergeten dat uw
pup later een springerige hond wordt als u hem aait wanneer hij
tegen u opspringt. Laat hem veel liever een zithouding aannemen
alvorens u hem aait. Als hij eerst leert dat opspringen geen
aandacht oplevert, dan heeft hij later ook niet de behoefte om op te
springen.
Regels
Stel van in het begin duidelijke regels op voor uw hond. Wat mag en
wat mag er niet. Denk hierover goed na, want ooit wordt uw hond
groot en volwassen, en ook dan gelden nog dezelfde regels. Zeker als
er kleine kinderen in het gezin zijn, moeten er ook gezinsregels
worden opgesteld en iedereen dient zich aan deze regels te houden.
Honden houden van stabiliteit. Altijd dezelfde regels, daar voelen
ze zich het best bij.
Basisoefeningen
Reeds vanaf de achtste levensweek kunt u de pup al stilaan enkele
basisoefeningen aanleren zoals zitten, liggen, blijf in de mand en
kom hier. Jong geleerd is oud gedaan. Overdrijf hierbij niet en leer
alles op een belonende manier aan. Correcties bij het aanleren van
oefeningen zijn uit den boze.
Hondenschool
Tot slot is het nu zeker het geschikte moment om op zoek te gaan
naar een goede hondenschool. Zoek een school waar men op
beloninggerichte wijze werkt en waar ook de baasjes een degelijk
theoretisch onderricht krijgen. De meeste scholen laten pups pas
starten op een leeftijd van 3 à 4 maanden, maar in sommige scholen
worden ook puppycursussen gegeven voor hondjes vanaf 7 weken. Deze
cursussen zijn meestal echte aanraders omdat ze de beste leerperiode
van de hondjes benutten, namelijk van 8 tot 12 weken.
 |
|